De micro-donsjasstof bestaat uit 3 lagen; een lichte vulling tussen 2 nylonstoffen (van polyester of polyamide) met een coating, die allemaal doorgestikt zijn met regelmatige steken. Zo zijn alle lagen met elkaar verbonden en zijn ze gemakkelijk te naaien. Het is mogelijk om de stof zelf te maken en de dikte van de vulling aan te passen afhankelijk van de kwaliteit die je koopt en de dichtheid van het doorgestikte patroon. Hoe dichter het doorgestikte patroon, hoe dunner de stof lijkt omdat de vulling platter wordt. Omgekeerd, als je de doorgestikte steken verder uit elkaar plaatst, zal de donsjas er voller uitzien.

Deze stof is te gebruiken voor het maken van accessoires zoals chapka’s, wanten, etuis of tassen, maar ook voor jassen die meer of minder dun zijn, mantels en pilotenoveralls.

Voor vrij dunne stoffen kun je patronen van ikatee gebruiken zoals de gilets Vega, Vic of Vic mum, Dublin, Sintra of Jasmin, Jasmin Mum of de chapka en de trui Hugo (zonder de gebruikelijke maat aan te passen). Voor dikkere donsjasstoffen raden we de patronen Grand'ourse, Sam, Hugo aan, dit zijn patronen voor jassen en mantels die al de nodige bewegingsruimte bevatten voor kledingstukken met mouwen die over dunne truien gedragen worden. Dus ook hier gewoon de gebruikelijke maten naaien zonder groter te maken.

Het naaien van donsjasstof vereist enkele tips die ikatee hier voor je op een rijtje zet:

1- Knippen van de delen

  • kies de kniprichting en knip alle delen in dezelfde richting. Je kunt namelijk 2 richtingen gebruiken: in de lengterichting van de draad (recht van draad) en loodrecht daarop, ook wel tegen de draad genoemd (loodrecht op de zoom). Dit hangt af van het doorgestikte patroon.
Bijvoorbeeld, voor een horizontaal doorgestikt patroon (loodrecht op de zoom van de stof), kun je de delen plaatsen volgens de lengterichting van de draad (parallel aan de zoom) en dan zullen de delen een horizontaal doorgestikt patroon hebben.
Omgekeerd, bij een stof met een horizontaal doorgestikt patroon, als je de delen loodrecht op de zoom plaatst (tegen de draad in), krijg je een verticaal doorgestikt patroon op de delen.
           
Voor doorgestikte patronen zonder richting, dat wil zeggen patronen die geen vaste richting hebben en “draaien”, zoals een cirkel of ruit, kun je de delen zowel volgens de lengterichting van de draad als tegen de draad plaatsen zonder visueel effect.
  • knip liever in enkele laag van de donsjasstof; soms moet je daarom de patroondelen die “op de vouw knippen” aangeven spiegelen (symmetrisch overnemen). Vermijd in ieder geval het knippen van stof die dubbelgevouwen is.
  • speld met zeer fijne spelden (test eerst op een stukje stof om te controleren dat je de stof niet te veel beschadigt met kleine gaatjes) of gebruik gewichtjes om je patroondelen op de stof vast te leggen.
  • teken de contouren van de patroondelen af met kleermakerskrijt of textielstift op de achterkant van de stof.
  • knip met goed geslepen scharen of met een rolmes, zonder bijzondere voorzorgsmaatregelen.
  • overlock alle delen met je overlockmachine of met een zigzagsteek van een gewone naaimachine.

           

 

2- Strijken en verstevigen van donsjasstoffen

  • Het wordt aanbevolen om de donsjasstoffen niet te strijken omdat ze voornamelijk uit synthetische vezels bestaan. De stof kan beschadigd raken door het contact met het strijkijzer. Het gebruik van een strijkdoek voorkomt direct contact tussen het strijkijzer en de stof, maar de stof kan toch beschadigd raken door de hitte, ondanks de lagen. Ik raad ook het gebruik van stoom af, omdat dit ook de coating van je donsjas kan beschadigen.
  • Als je een deel wilt verstevigen, zoals een beleg of een knoopsluiting bijvoorbeeld, wordt ook aangeraden om met de hand enkele steekjes te zetten om een dunne verstevigingsstof vast te naaien. Hoewel deze normaal gesproken thermisch te bevestigen is, kan de versteviging niet thermisch op een donsjas worden aangebracht zonder het risico de synthetische stof te beschadigen of simpelweg de parelmoerachtige uitstraling of de coating van het oppervlak.

3- Naaien van donsjasstoffen

  • gebruik microtex naalden
  • speld met zeer fijne spelden (test eerst op een stukje stof om te controleren dat je de stof niet te veel beschadigt met kleine gaatjes) of gebruik plastic klemmen.
  • Een dubbele transportvoet kan optioneel handig zijn. Als je stof blijft haken of juist te veel schuift onder de transporteurs, kun je vaak een vel dun papier, zoals zijdepapier, tussen de transporteurs en de stof leggen om het naaien te vergemakkelijken; dit papier scheur je daarna gemakkelijk weg na het naaien.
  • naai met rechte steek met een steeklengte van ongeveer 3.
  • gebruik polyester garen.
  • voor het samenvoegen van 2 delen met de goede kanten op elkaar, stop de vulling goed naar binnen als die uitsteekt.

4- Knopen, knoopsgaten, sluitingen in donsjasstoffen

Verschillende opties: knopen/knoopsgaten, drukknopen om te bevestigen of te naaien.

  • knoopsgaten: test een knoopsgat op een apart stukje stof. Als je problemen ondervindt, plaats dan tussen de stof en de persvoet een stukje zijdepapier of een heel dunne stof zoals batist of organza, borduur je knoopsgat en knip de stof daarna dicht langs het knoopsgat of scheur simpelweg het zijdepapier weg.
  • drukknopen: geef de voorkeur aan drukknopen voor anoraks om te bevestigen (let erop dat je aan de achterkant een stukje stof als versteviging plaatst dat je na het bevestigen van de drukknop strak afknipt...tenzij je de achterkant van de stof al verstevigd hebt natuurlijk :) ) of kies voor drukknopen om met de hand aan te naaien.

          

Je kunt je gilet, jas, chapka of pilotenoverall afwerken met kleine labels die je kledingstuk een persoonlijk tintje geven

Veel naaiplezier

 

Un patron gratuit pour toi 🎁

Inscris-toi à la newsletter et reçois un patron de couture gratuit en cadeau de bienvenue !